Onderzoeksopzet parachuteongeluk vliegveld Teuge

Bij een parachutesprong op vliegveld Teuge is 23 juli dit jaar een 22-jarige militair van het Commando Landstrijdkrachten om het leven gekomen. De sprong, bij het Nationaal Paracentrum Teuge, was onderdeel van wat Defensie wel aanduidt als ‘grensverleggende activiteit’ of ‘uitdagende training’ en maakt als zodanig deel van de militaire vorming. De Inspectie Veiligheid Defensie onderzoekt dit fatale voorval.

Probleemstelling
Het onderzoek heeft als doel de oorzaak van het ongeval vast te stellen. Dit doet de IVD door onderzoek uit te voeren naar:
•    de voorbereiding en uitvoering van de activiteit,
•    de regelgeving over grensverleggende activiteiten bij Defensie,
•    de uitbesteding van parachuteopleidingen aan civiele opleidingsinstituten en de bijbehorende controle op kwaliteit,
•    de aard en mate van toezicht op parachuteopleidingen binnen en buiten Defensie.


Centrale onderzoeksvragen
De volgende centrale onderzoeksvragen zijn aan de orde in het onderzoek:
•    Wat is de oorzaak van het ongeval?
•    Welke lering kan de organisatie trekken uit het voorval?

Onderzoeksaanpak
Het onderzoek bestaat allereerst uit het verzamelen van feiten en documenten. Er worden interviews gehouden met betrokken leidinggevenden, instructeurs en materiedeskundigen. De aandacht gaat uit naar documenten over onder meer de oefening, instructies en verantwoordelijkheden. De analyse mondt uit in bevindingen en resultaten die de IVD in een rapport vastlegt.

Publicatie
De Inspecteur-Generaal Veiligheid biedt het uiteindelijke onderzoeksrapport aan de bewindspersonen van Defensie aan. Zij sturen het vervolgens conform de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties binnen zes weken naar de Tweede Kamer, al dan niet voorzien van een beleidsreactie. De IVD plaatst het rapport dan op haar website www.ivd.nl.